Gedeeltelijke klierresectie - Tumorectomie

Een goedaardige tumor heeft de mogelijkheid niet om zich te verspreiden naar afgelegen organen en kan derhalve volledig worden uitgesneden. Wanneer het groeit, duwt het borstweefsel weg en hierdoor is het meestal duidelijk afgegrensd. Het doel van de operatie is de tumor, maar geen omringend normaal borstweefsel te verwijderen. Het verwijderen van een kwaadaardige tumor is anders.


Een kwaadaardige tumor heeft fijne uitlopers die in alle richtingen groeien. Deze lijken op de tentakels van een octopus. De grens is vaak moeilijk te bepalen, maar het is essentieel om een kwaadaardige tumor volledig te verwijderen. Om zeker te zijn dat de tumor en alle zijn mogelijke uitlopers worden uitgesneden, moet een ruime rand van omringend normaal weefsel mee worden verwijderd.


Het weggesneden weefsel wordt vervolgens onder een microscoop onderzocht om te controleren of alle uitlopers zijn verwijderd. De rand van het verwijderde borstweefsel specimen wordt de 'tumor vrije resectie zone' of de 'tumor-vrije marge' genoemd.

Alvorens een chirurgische ingreep om de tumor te verwijderen te ondernemen, moet de precieze aard en omvang van de tumor bepaald worden om de chirurgie te helpen plannen en de patiënt volledig te informeren. Alle mogelijke alternatieven om de tumor te behandelen, moeten worden uitgelegd.


De verwijdering van een borsttumor is afhankelijk van zijn aard. Het verschil tussen een goedaardige laesie en borstkanker kan bepaald worden door klinisch onderzoek en beeldvorming van de tumor via mammografie en echografie.


Uiteindelijk zou bij alle patiënten een bevestiging van de diagnose moeten verkregen worden voor de operatie door het verwijderen van een klein deel van de tumor en dit te verzenden voor microscopisch onderzoek.


Dit wordt meestal gedaan door naaldbiopsie:

 

  1. Met fijne naald aspiratie kunnen cellen die worden geaspireerd, onderzocht worden onder de microscoop.
  2. De meest nauwkeurige methode voor een histologische diagnose is een cilindrische biopsie. Deze wordt uitgevoerd met behulp van een iets grotere naald. Dit maakt een meer gedetailleerd microscopisch onderzoek mogelijk en aldus ook een meer nauwkeurige diagnose. 
  3. Een mammotome is een vacuüm geassisteerd borstbiopsie apparaat dat gebruik maakt van röntgenstralen, echografie of MRI voor het uitvoeren van een kleine borstbiopsie. Een mammotome biopsie kan uitgevoerd worden onder plaatselijke verdoving en verwijdert slechts een kleine hoeveelheid gezond weefsel.

Als de tumor vroeg gedetecteerd wordt en klein is, moet slechts de tumor zelf en een beperkte rand van gezond weefsel van de borst verwijderd worden. Deze chirurgische procedure wordt een tumorectomie genoemd (fig. 1).

Figuur 1a: Status na biopsie (vers litteken rondom de tepelhof) van een tumor recidief na een brede tumorectomie in het onderste-binnenste kwadrant van de rechter borst. Vorm en volume asymmetrie zijn zichtbaar, maar niet schromelijk storend.

Figuur 1b: Status na tumorectomie in het bovenste-binnenste kwadrant van de rechter borst. Vorm en volume asymmetrie zijn zichtbaar, maar niet schromelijk storend.

Incisies kunnen gemaakt worden over de tumor of op meer verborgen locaties zoals de rand van het tepelhof of thv de plooi onder de borst (figuur 2). Na verwijdering van de tumor, zal deze histologisch onderzocht worden.

Fig. 2: mogelijke incisies in de borst afhankelijk van de grootte en locatie van de tumor.

Gebruik makend van mammografische screening, dat door de meeste Europese landen wordt ondersteund, kunnen kleine tumoren die niet voelbaar zijn, worden gedetecteerd. Deze tumoren zijn vaak niet palpeerbaar en hun verwijdering dient dan ook uitgevoerd te worden met behulp van naaldlokalisatie. Preoperatief wordt een draad geplaatst door een radioloog om de plaats van de tumor te identificeren (fig. 3a). Bij de operatie wordt de draad opgespoord en het weefsel aan het uiteinde van de draad wordt weggenomen. Het weefsel met deze draad in situ wordt vervolgens teruggestuurd naar de radioloog, terwijl de patiënt onder narcose gehouden wordt. De radioloog neemt een röntgenfoto om te bevestigen dat het juiste gebied verwijderd werd (fig. 3b).

Figuur 3a: mammografie met naald lokalisatie van een niet palpeerbare tumor.

Figuur 3b: X-ray van dezelfde tumor na resectie van zowel de tumor als de draad.

Als de draad aangeeft dat de tumor zich in het centrum van het specimen bevindt, kan men er zeker van zijn dat de tumor verwijderd werd met een voldoende tumorvrije marge. Als de tumor zich echter dicht bij één van de randen van het specimen bevindt, kan wat extra borstweefsel verwijderd worden (bredere excisie) terwijl de patiënt in slaapt blijft.


Indien na tumorectomie de esthetische uitstraling van de borst is aangetast, kan een borstreconstructie geïndiceerd zijn. Tegenwoordig kunnen kleine gebreken gemakkelijk gecorrigeerd worden door een eenvoudige lipofilling. De verschillende methoden van borstreconstructie komen in andere delen van deze website aan bod.


Referenties

 

  • Consensus conference on breast conservation.

Schwartz GF, Veronesi U, Clough KB, Dixon JM, Fentiman IS, Heywang-Köbrunner SH, Holland R, Hughes KS, Mansel RE, Margolese R, Mendelson EB, Olivotto IA, Palazzo JP, Solin LJ; Consensus Conference Committee. J Am Coll Surg. 2006 Aug;203(2):198-207.

  • Outcome of breast-conserving therapy in the Tokyo Women’s Medical University Breast Cancer Society experience.

Karasawa K, Obara T, Shimizu T, Haga S, Okamoto T, Ito Y, Kamio T, Kimura T, Kameoka S, Mitsuhashi N, Nishikawa T, Aiba M, Izuo M. Breast Cancer. 2003;10(4):341-8.

  • Integration of plastic surgery in the course of breast-conserving surgery for cancer to improve cosmetic results and radicality of tumor excision.

Petit JY, Rietjens M, Garusi C, Greuze M, Perry C. Recent Results Cancer Res. 1998;152:202-11.

  • Ten year results of a randomised trial comparing two conservative treatment strategies for small size breast cancer.

Mariani L, Salvadori B, Marubini E, Conti AR, Rovini D, Cusumano F, Rosolin T, Andreola S, Zucali R, Rilke F, Veronesi U. Eur J Cancer. 1998 Jul;34(8):1156-62.

  • Breast-conserving treatment: controversies and consensus.

Noguchi M, Kinne DW, Miyazaki I. J Surg Oncol. 1996 Jul;62(3):228-34.

  • Controversies in the local management of invasive and non-invasive breast cancer.

Page DL, Johnson JE. Cancer Lett. 1995 Mar 23;90(1):91-6.